Kijk, daar hebben we Iron Holmes…
Tekst: Patrick Oxsener
Film: Sherlock Holmes
Regisseur: Guy Ritchie
Cast: Robert Downey Jr, Jude Law, Rachel McAdams, Mark Strong
Afgelopen week zag ik nota bene cabaretier Hans Dorrestijn op tv uitleggen dat de nieuwe Sherlock Holmes-interpretatie van regisseur Guy Ritchie het dichtst bij de boeken ligt van Sir Arthur Conan Doyle. Niks geel geruite regenjas en achterlijk, bijpassend hoedje: de meesterdetective was een wat sloeberig ogend manneke, dat uitmuntend kon vechten en zich in zijn vrije tijd vermaakte met opium en heroïne. Inderdaad, een beetje zoals het karakter van Johnny Depp in From Hell (’01): een heuse Holmes, alleen de naam was anders.
De geest van Johnny Depp waart sowieso rond in deze nieuwste Sherlock Holmes-film. Niet alleen omdat dit een avonturenfilm is in de traditie van Pirates of the Caribean. De Holmes die Robert Downley Jr. hier neerzet, heeft ook verdacht veel weg van Depp’s Jack Sparrow: een getroebleerd maar uiterst getapt figuur, dat het bioscooppubliek met kleine
gebaartjes en quasi-grappige gezichtsuitdrukkingen moet
aanzetten tot lachsalvo’s.
En daar zit ‘m dus de makke: die lachsalvo’s blijven uit. Waarom? Waarschijnlijk omdat het allemaal net even te gekunsteld overkomt. En waar Johnny Depp nog enigszins geloofwaardig was als Engelsman, daar valt Downey Jr. alleen al met die op en top Amerikaanse smoel hopeloos uit de toon in het Victoriaanse Londen van eind negentiende eeuw.
Grootste teleurstelling is evenwel het verhaal: waar Guy Ritchie met misdaadfilms als Lock Stock & Two Smoking Barrels, Snatch en zelfs het geflopte RocknRolla liet zien dat hij een meester is in het ontvouwen van even ingewikkelde als verrassende en grappige plots, daar laat hij zich hier in met zo’n beetje ieder cliché dat de moderne avonturenfilm kenmerkt. Inclusief een loei-irritant open einde, waarmee het kijkvee alweer lekker gemaakt wordt voor het vervolg.
Maar ook als pure avonturenfilm komt Sherlock Holmes niet helemaal uit de verf. Oké, de omgevingen zijn prachtig, de actie-scenes oogverblindend en de loopjes met de tijd subtiel en vermakelijk. De film mist echter een eigen signatuur, een originele invalshoek – iets wat je nu juist van Ritchie verwacht – én een beminnelijke ‘anchor man’: iemand die je leuk of aardig vindt en waarmee je een soort van verbondenheid voelt. Dat gaat verdomd lastig met een hero-junk die eruit ziet als Iron Man.
Wat heeft het beste liedje aller tijden dat de rest niet heeft?
Serieuze boodschap verpakt in een zonnige mix van soul, dance, hiphop en Latijns-Amerikaanse klanken.
Deze live-cd begint fijn, maar gaat uit als een nachtkaars. Komt vooral vanwege de vreemde opbouw.
De meest onverwachte, mooie en onverwacht mooie albumtracks uit met name de jaren tachtig. Feest voor fans van het vroege R.E.M.-werk.
Weelderig pakket met een concert als een Hollywood-film: routineus, braaf en met een einde dat je van mijlenver ziet aankomen.
Hoewel de Yoko-bashers weer genoeg stof zullen vinden om er op los te hakken, is dit album verrassend goed en gewaagd.
Momenteel hangt er een authentieke nepbas van Paul McCartney om mijn nek en die wakkert onverwachte ambities aan. Klaar? Start de band!