Pearl Jam: Dag Verleden, Hallo Toekomst
De zon staat hoog boven Seattle als de Laatste der Grunge-Mohikanen hun positiefste album ooit presenteren. Dat kan geen toeval zijn. “Laten we er nog iets van maken nu we er nog zijn.”
Tekst: Patrick Oxsener
Publicatie: Revolver nr. 30 (oktober 2009)
Aanleiding: release Backspacer (22 september 2009)
Jeff Ament hangt ontspannen tegen een muurtje, de ogen glinsterend van plezier. Tijdens het interview van daarnet maakte hij nog een ietwat verveelde indruk. Maar nu alle verplichte nummers erop zitten, kan hij zich eindelijk gaan verheugen op het hoogtepunt van de dag: het reünieconcert van zijn oude bandje Green River. “Oh man, ik kan niet wachten”, grijnst hij. “Geen idee wat ons te wachten staat, maar het gaat vast helemaal geweldig worden. Kom je ook?” Helaas, in heel Seattle geen kaart meer te vinden. “Jammer man”, zegt hij, terwijl hij zijn rugzak over zijn schouder zwaait. “Nou ja, dan zie ik je in Ahoy’.” Bijna vergeten te vertellen: als Ament geen herrie schopt met oude vrienden, verdient hij zijn centjes als bassist van Pearl Jam.
Hoofdkwartier
Seattle baadt nu al een paar dagen in een aangenaam zonnetje. En dat klopt niet. Wie aan deze uiterste noordwesthoek van de Verenigde Staten denkt, ziet regen voor zich, sombere luchten boven uitgestrekte wouden, Twin Peaks, wollen houthakkershemden en natuurlijk de muzikale optelsom van al deze elementen: grunge.
Maar vandaag laat Seattle zich dus vooral van zijn zomerse kant zien. Mensen picknicken in het park, onder de beroemde Space Needle vindt een vrolijk folkfestival plaats en rond de Pike Place Market en op de boulevard langs de haven wordt geflaneerd bij het leven.
Wie goed kijkt, ziet dat er hier en daar ook gewerkt wordt. Zo staat er voor het Edgewater Hotel aan Pier 67 een brede meneer met oortje naast een als taxi dienende S.U.V. Zonder een woord te zeggen laadt hij een roedel Europese journalisten in, die hij nog net niet geblinddoekt naar een geheime locatie brengt op een aftands ogend industrieterrein. Daar dropt hij zijn vrachtje voor een onopvallend gebouw, met aan de gevel een al even nietserige bedrijfsnaam. Geen inbreker die zou bedenken om hier eens een kijkje te gaan nemen. En dat is nou precies de bedoeling: welkom in het hoofdkwartier van Pearl Jam.
“Een heerlijke plek, we zijn hier graag”, zegt gitarist Stone Gossard. Binnen is het inderdaad alles wat je er buiten niet van zou verwachten. Er heerst een vrolijke bedrijvigheid in dit moderne, knusse pand, waarvan de muren uiteraard behangen zijn met gouden en platina platen. “En beneden zijn de oefenruimtes, die laat ik je zo wel zien.”
Iets anders wat opvalt, is de enorme hoeveelheid honden. “Het is hier een nogal ‘hondcentrisch’ gebeuren”, lacht Gossard. “We werken al heel lang met dezelfde mensen en het is bijna onontkoombaar dat ze uiteindelijk allemaal een hond nemen.” Hij legt zijn handen teder in de nek van een gigantisch exemplaar, dat op dat moment nieuwsgierig het bezoek besnuffelt. “En dit is de mijne, ze heet Tiny.”
Beroofd
Ergens verborgen achter Tiny zit Jeff Ament, waarmee Stone al sinds 1985 onafgebroken het podium deelt – eerst in Green River, daarna in Mother Love Bone en Temple Of The Dog en uiteindelijk in Mookie Blaylock, dat al na een paar optredens werd omgeturnd in Pearl Jam. Een week voor het interview is Ament op gewelddadige wijze beroofd in Atlanta, waar de band samen met producer Brendan O’Brien de laatste hand legde aan het nieuwe album Backspacer. De overval gebeurde op de parkeerplaats voor de studio en is vastgelegd met bewakingsvideo’s, die uiteraard een dag later al op internet stonden. Ament ziet er ongehavend uit, maar over het voorval mag met geen woord gerept worden. Te gevoelig, aldus het management.
Later begint hij er zelf indirect over, als hij uitlegt hoe de groepsleden in de laatste jaren naar elkaar toegegroeid zijn. “We zijn betere vrienden dan ooit”, benadrukt hij. “We hebben altijd om elkaar gegeven, maar er is toch wel iets veranderd. Dat komt deels omdat we de laatste tien jaar allemaal relaties hebben gekregen. Kinderen. Tien jaar geleden had ik geen idee wat iemand anders voelde, ik had geen tijd om dat proberen te begrijpen. Nu heb ik zelf enorme steun van de jongens gehad en dat is behoorlijk overweldigend. Om te voelen dat mensen klaar staan voor je. En ik ben daar ook voor de anderen.”
Gossard: “Er zijn wel eens tijden geweest dat die verbondenheid er niet was. Niet omdat we elkaar niet wilden helpen, maar omdat we niet precies wisten hoe. Dat leren is een onderdeel van het leven: je leert elkaars gevoelens begrijpen. Dat zorgt voor een positiever fundament waarop we kunnen bestaan. Als je lang bestaat, goede beslissingen hebt genomen, nare dingen met elkaar hebt gedeeld, dan bouw je een gevoel van veiligheid en geluk op waarvan je niet eens wist dat het mogelijk is.”
Dat is best speciaal. De meeste langlopende groepen zijn puur collega’s: de vriendschap is al jaren geleden kapot gegaan.
Ament: “Ja, maar dat zijn meestal ook niet echt bands. Het gaat meer om één of twee mensen die de boel draaiende houden. Het lijkt me gemakkelijker om de zaak lang bij elkaar te houden als één iemand de baas is en de rest gewoon werknemer. Wij zijn praktisch tot op de dag van vandaag bezig geweest om een punt te bereiken waarop we ons lekker voelen in het delen van alles.”
Gossard: “Ja, maar collega’s zijn we óók. We zijn partners in een bedrijfje en niet iedereen gaat buiten de band even veel met elkaar om. Maar we houden wel altijd rekening met elkaar. Met elke beslissing die we maken, infiltreren we in elkaars leven. Omdat we de verantwoordelijkheid voor deze band delen en voor alle mensen die voor ons werken. Er is dus ook altijd een zakelijke en een vriendschappelijk kant waartussen we moeten laveren – dat maakt het soms moeilijk. Maar ik mag toch aannemen dat mensen als Keith en Ron soms ook wel eens samen een pintje gaan drinken?”
Positivo’s
Als het nieuwe album ter sprake komt, slaat het gesprek aanvankelijk zo dood als een Engels biertje. “Ja, je moet ons verexcuseren”, zucht Gossard. “We zijn nu al vier dagen achter elkaar aan het praten over die plaat, daarom lijken we misschien een beetje uitgeluld. Maar echt, we zijn heel enthousiast. Het is een nieuw begin en tegelijk lijkt het alle dingen die we in de loop der jaren hebben gedaan goed te vangen. Dus we zijn optimistisch.”
Backspacer is sowieso verreweg het positiefste album dat Pearl Jam ooit maakte. Na achttien jaar knokken tegen vooroordelen, media, muziekbizz, politici, verslavingen en zichzelf lijken de mannen nu in rustiger vaarwater te zijn gekomen. En dat straalt af op de muziek. Want waar ieder album tot nu toe een zekere kwaadheid en onzekerheid uitstraalde – met de eerste drie platen Ten (’91), Vs. (’93) en Vitalogy (’94) als meest rusteloze voorbeelden – daar lijkt de groep op Backspacer voor het eerst echt vrede met zichzelf te hebben. Geen geforceerde moeilijkkijkerij of quasi-experimentele escapades, Pearl Jam doet gewoon waar Pearl Jam goed in is: het maken van puntige rocksongs met onuitwisbare hooks, afgewisseld met prachtige midtempo popliedjes. Tekstueel zal zanger Eddie Vedder je nooit volledig op je gemak willen stellen, maar dat neemt niet weg dat zelfs hij voor zijn doen opvallend goed geluimd is. “Absoluut”, knikt Ament instemmend. “Ik denk dat de karakters van waaruit Ed zijn perspectief leent, stuk voor stuk hoopvol zijn.”
Gossard: “En op z’n minst introspectief en uitdagend. Ze kijken terug en staan tegelijk nog volop in het leven. Ze hebben het nog niet opgegeven. Oké, we gaan allemaal dood, maar laten we er nog iets van maken nu we er nog zijn.”
Gaat afsluiter The End daar niet over?
Ament en Gossard tegelijk: “I’m still here, but not for long. Haha!”
Het zou het thema kunnen zijn.
Gossard: “Ja, want hoeveel tijd hebben we nu eigenlijk? Zo veel is dat niet. Het snode plan van de kosmische tijd. We zijn ons er allemaal bewust van dat ieder moment kostbaar is.”
Ament: “En toch raakt The End me niet op de manier waarop bijvoorbeeld Amongst The Waves dat doet. Het heeft absoluut iets melancholisch, maar…”
Gossard: “…het is gewoon een gevoel dat je soms wel eens even hebt. Je voelt je verdrietig, maar je bent er niet de hele dag door overmand, of zo.”
Best Of
Backspacer is voor jullie doen opvallend melancholiek: een echte ‘terugkijkplaat’. Hoe komt dat zo?
Gossard: “Omdat dit er de juiste tijd voor was. We hebben allemaal teruggeluisterd naar wat we tot nu toe hebben gedaan, we hebben onze eigen sterke punten bepaald en zijn daarna de studio ingegaan om één album te maken waarop we nu eens niet lopen te freaken, maar waarop we gewoon op onze top presteren.”
Dat wil je toch altijd?
Gossard: “Nee, dat gaat niet. Als we altijd met zo’n instelling hadden gewerkt, dan hadden we op vroege platen niet de risico’s genomen die ons nu in staat stellen om deze plaat te maken. Voorbeeld: iedereen schrijft op deze plaat. Onze drummer Matt Cameron heeft de eerste single geschreven, The Fixer. Als Matt in het verleden niet had kunnen experimenteren, dan had hij nu niet de kans gehad om daarop terug te kijken en ervan te leren – en dan was zijn bijdrage lang niet zo goed geweest. Met andere woorden: je moet platen maken waarop je risico’s neemt, om uiteindelijk tot een album te komen waarop je alle beste elementen samenbrengt. Als je het zo bekijkt, is dit dus een soort Best Of. Maar dan met nummers die je nog nooit eerder gehoord hebt.”
Waarom komt zo’n plaat juist nu en niet drie jaar eerder of later?
Gossard: “We hebben allemaal een rondje rond de zon gemaakt en onze levens zijn nu… Na alles wat we samen hebben meegemaakt en gezien het punt waarop we momenteel in ons leven zijn aanbeland en gezien de omstandigheden die van invloed zijn op onze individuele levens, was het tijd om dat wat we doen op een no-nonsense manier te benaderen. Dat is een instinct dat we allemaal volgen.”
Als iedere plaat een bepaalde etappe in je carrière verwoordt, waar zijn jullie dan nu aanbeland?
Gossard: “Ik denk dat dit album laat horen dat we als band ons bestaansrecht hebben verdiend. Het klinkt niet als de nieuwe Coldplay of… snap je? Het klinkt als niets wat op dit moment groot is. Het is heel gaaf om ons eigen sonische territorium te hebben, een plek die we helemaal zelf hebben afgebakend. En elk liedje op deze plaat hoort thuis binnen dat territorium. Dat is heel bevredigend. Zo van: oké, dit bewijst dat we goed zijn in het maken van liedjes van twee minuten. En Ed maakt volstrekt unieke liedjes en hij kan zingen en Matt Cameron drumt als geen ander en we kunnen vrienden zijn en allemaal liedjes inbrengen. Dat opent tegelijk een deur naar de toekomst, denk ik. Nu liggen er weer mogelijkheden om te gaan experimenteren en dingen te doen die nieuw en opwindend zijn. Maar dat is puur speculeren.”
Ik heb wel eens het gevoel dat jullie heel lang alleen maar bezig zijn geweest om te bewijzen dat jullie een ‘credible’ band zijn. En dat jullie nu eindelijk gewoon Pearl Jam durven te zijn.
Gossard: “Ik denk dat dat absoluut waar is. En het heeft negen albums geduurd voordat we zo ver waren. En dat is geweldig. ‘Slow journeys’, daar houden we van. Want dan is het leven op z’n mooist. Dat je terugkijkt en ziet hoe goede beslissingen die tien jaar geleden zijn genomen zich nu uitbetalen. Geweldig toch?”
Grungimental journey
Van de beloofde rondleiding komt niets meer, de mannen moeten zich haasten voor de soundcheck van Green River. Sinds vorig jaar speelt deze oergrunge-formatie weer met enige regelmaat samen. En dat is in alle opzichten bijzonder, want de vroege voorloper van Pearl Jam was destijds met de nodige trammelant uit elkaar gespat (zie kader). “De laatste vijftien jaar zijn Stone en ik weer langzaam in contact gekomen met de anderen”, vertelt Ament, terwijl Gossard beneden zijn spullen pakt. “Momenteel ben ik weer net zo goed bevriend met ze als toen. Helemaal te gek om weer bij elkaar te komen en samen te lachen en suffe verhalen te vertellen, een biertje te drinken en om onszelf weer die rare songs aan te leren die we toen hadden.” Hij grijnst als hij aan vanavond denkt. “Oh man, ik kan niet wachten.”
Als de zon langzaam achter Elliot Bay en de horizon verdwijnt, verzamelt zich voor de poort van de Showbox At The Market de grunge-jeugd van toen. De geitensikken vertonen plukjes grijs, de lange manen hebben plaats moeten maken voor een badmuts en er zit hier en daar zo’n dertig, veertig kilo extra spek aan, maar… voor de rest is er niets veranderd. Nerveuze zwarthandelaren verkopen kaartjes voor honderdtachtig dollar per stuk. Als de deuren openzwaaien, zakken ze naar honderd, tachtig, zestig… Afijn, voor veertig dollar wanen we ons vanavond heel even in 1986, het jaar waarin Green River de meest opwindende band van Seattle was. Daar kun je je wel iets bij voorstellen: de songs worden met een duizelingwekkende energie (en op oorverdovend volume) de zaal in geslingerd, terwijl zanger Mark Arm als een soort overspannen Iggy over het kleine, lage podium stuitert. Met enige verbazing kijken de fans naar Jeff Ament, die wijdbeens headbangend over zijn basgitaar hangt, als in zijn jonge jaren. Zelfs de immer coole Stone Gossard valt bij tijd en wijlen wild solerend uit zijn rol. Zo hebben we de mannen bij hun huidige bandje al heel lang niet meer gezien.
Juist daarom is het goed om dit soort dingen te blijven doen, vindt Gossard. Volgens de gitarist gaat Pearl Jam daar namelijk alleen maar profiteren. “Het is geweldig om te merken hoe vriendschappen en idealen die je in je tienerjaren had in de toekomst nog steeds kunnen zorgen voor nieuw plezier en nieuwe creatieve energie. Het moedigt je aan om je instincten te volgen, want alles is mogelijk. En wel hier en nu.”
Oergrunge
Eddie Vedder werd een grunge-idool, maar het waren Jeff Ament en Stone Gossard die met Green River aan de basis van deze invloedrijke beweging stonden.
Wat grunge precies is, daar zijn de geleerden nog niet helemaal uit. Je zou zeggen een muzikale stroming, maar Nirvana met Soundgarden vergelijken is al onbegonnen werk. Laten we het er maar op houden dat grunge de verzamelnaam is voor bands uit Seattle en omstreken, die vanaf halverwege de jaren tachtig punk en hardrock gingen combineren, elkaar daarbij hevig beïnvloedden en zo een geïsoleerde scene vormden, die middels het plaatselijke Sub Pop-label zijn weg naar de rest van de wereld vond. De dress code (verzorgd onverzorgd, afgeknipte legerbroek, houthakkersshirt), de sombere teksten en een ongezonde drang naar harde drugs vormen zo’n beetje de enige echte overeenkomsten tussen de groepen, waarvan Nirvana, Soundgarden, Alice In Chains en Pearl Jam de meest succesvolle waren.
Ook over het precieze startpunt van de beweging bestaat onduidelijkheid. Sommige grungisten zullen het moment noemen waarop The Melvins besloten om hun punkrocknummers drie keer zo langzaam te spelen: het resultaat was een onheilspellende, loodzware sound à la Black Sabbath, die menig band uit Seattle later zou inspireren – Melvins-roadie Kurt Cobain zat regelmatig in de oefenruimte de kunst af te kijken.
Anderen zullen het verzamelalbum Deep Six uit 1985 noemen, waarop naast The Melvins bijdrages te horen zijn van Skin Yard, Malfunkshun, Soundgarden en Green River. Er zijn er ook die alle credits geven aan de laatste band: het was tenslotte Green River die als eerste uit de alternatieve Seattle-scene een eigen plaat mocht opnemen – de EP Come On Down (’85) – en zo de ambities aanwakkerde bij vele (aspirant-)collega’s.
Hoe het ook zij, de invloed van Green River op de muziekscene in Seattle is onmiskenbaar. Muzikaal was de groep allerminst bijzonder – een kruising tussen een hardcore punkband en The Stooges – maar de concerten waren overdonderend, de fanbasis was groot en de bandleden zouden ook later allemaal een belangrijke rol blijven spelen in de grunge-scene. Green River viel in 1988 uit elkaar na geruzie over commercie. De emmer liep over toen zanger Mark Arm in Los Angeles vrienden op de gastenlijst wilde zetten, maar ontdekte dat bassist Jeff Ament alle plekken had gereserveerd voor A&R-managers van grote platenmaatschappijen – die uiteindelijk nooit zouden verschijnen.
Na de breuk richtten Arm en gitarist Steve Turner het legendarische Mudhoney op. Ament en gitaristen Stone Gossard en Bruce Fairweather begonnen samen met Malfunkshun-zanger Andrew Wood de band Mother Love Bone,. Die groep was geen lang leven beschoren: het debuutalbum Apple stond op het punt van uitkomen toen Wood zichzelf op 16 maart 1990 een fatale dosis heroïne toediende.
Uit de as van Mother Love Bone zou uiteindelijk Pearl Jam ontstaan. Tegen de tijd dat het debuutalbum Ten verscheen, knalde de single Smells Like Teen Spirit van Nirvana wereldwijd naar nr.1. En liep het grungefeestje definitief uit de hand.
Discografie
Studioalbums
Ten
Epic
Debuut als een oerknal. Tomeloze energie, verpakt in ijzersterke songs met catchy riffs, mooie melodieën en confronterend persoonlijke teksten. Alive en Jeremy worden hits, Black een albumklassieker. (1991)
Vs.
Epic
Producer Brendan O’Brien zet de galm uit, maar de energie blijft, wat Vs. rauwer maakt dan Ten. Desondanks weer twee hits en een classic: Daughter, Dissident en Rearviewmirror. (1993)
Vitalogy
Epic
Een nogal geforceerd hard en compromisloos klinkend album, waarop de groep haar songschrijverskwaliteiten opoffert om haar credibility te bewijzen. (1994)
No Code
Epic
De grote woede is op, tijd voor een meer introspectief geluid. Stevige rock blijft de basis, maar de groep gaat muzikaal flink op avontuur – naar India zelfs. (1996)
Yield
Epic
Oerfans zouden blij moeten zijn met dit album, waarop de groep weer ouderwets stevig te keer gaat. Jammer dat goede songs en bevlogenheid grotendeels ontbreken. (1998)
Binaural
Epic
Mét voormalig Soundgarden-drummer Matt Cameron en zonder Brendan O’Brien vindt Pearl Jam voorzichtig de weg terug, zonder dramatisch van koers te veranderen. (2000)
Riot Act
SonyBMG
Ieder bandlid schrijft inmiddels: dat levert een gevarieerd album op, met het compromisloze van Vitalogy, het avontuurlijke van No Code en de strakke basis van Yield. (2002)
Pearl Jam
J Records
Vedder vindt zijn gouden gevoel voor melodie terug. Dat levert het beste PJ-album in dik tien jaar op, met Parachutes, Unemployable en World Wide Suicide als topsongs. (2006)
Backspacer
Universal
Met Brendan O’Brien terug achter de knoppen maakt de band een album dat het beste van alle voorgaande platen vangt. Zie ook de recensie op pagina XX. (2009)
Compilatie
Rearviewmirror: Greatest Hits 1991-2003 (2cd)
Epic
33 Songs, die weliswaar los niet allemaal even essentieel zijn, maar gezamenlijk wel degelijk alle energie, bevlogenheid en vakmanschap van Pearl Jam weten te vangen.



Wat heeft het beste liedje aller tijden dat de rest niet heeft?
Serieuze boodschap verpakt in een zonnige mix van soul, dance, hiphop en Latijns-Amerikaanse klanken.
Deze live-cd begint fijn, maar gaat uit als een nachtkaars. Komt vooral vanwege de vreemde opbouw.
De meest onverwachte, mooie en onverwacht mooie albumtracks uit met name de jaren tachtig. Feest voor fans van het vroege R.E.M.-werk.
Weelderig pakket met een concert als een Hollywood-film: routineus, braaf en met een einde dat je van mijlenver ziet aankomen.
Hoewel de Yoko-bashers weer genoeg stof zullen vinden om er op los te hakken, is dit album verrassend goed en gewaagd.
Momenteel hangt er een authentieke nepbas van Paul McCartney om mijn nek en die wakkert onverwachte ambities aan. Klaar? Start de band!